04-07-11
Eric en Louis
In zijn dagboek “My last five years” schreef Eric Van Rompuy enige dagen geleden een reactie op het voorstel dat parlementairen in het pensioendebat het voorbeeld zouden moeten geven door zelf ook langer te werken.
In een ware Louis Tobback stijl klinkt het dat de jonge generatie politici die dit naar voor brengen, eigenlijk niet echt weten wat ze willen. De parlementairen langer laten werken staat immers haaks op de strijd van diezelfde jongeren voor jeunisme in de politiek, met andere woorden, de ouderen worden op die manier juist afgeschreven. “Bij de lijstvorming zal ik aan de jongeren in mijn partij zeggen dat ze nog enkele jaren geduld moeten uitoefenen want ik wil van mijn volle pensioen genieten en wil zelfs graag doorwerken tot mijn zeventig” besluit Van Rompuy.
Dit is natuurlijk een foute voorstelling van de feiten. Wie de voorstellen van de jonge generatie wil becommentariëren, moet er eerst willen naar luisteren.
Parlementairen hebben vandaag recht op een volledig pensioen - 5.170 euro bruto - na 20 jaar in het parlement gezeteld te hebben. Ze kunnen reeds op 55 jaar op pensioen gaan, en kunnen vanaf 52 jaar al een deel van hun pensioen opnemen.
In een discussie waar er wordt gepleit om een volledig pensioen te laten genieten na een looptijd van 45 jaar, is het logisch dat dit voor iedereen geldt. Daarbij wordt dus niet gesteld dat een parlementair 45 jaar moet zetelen in het parlement om zijn pensioen ten volle te kunnen genieten, maar wel dat een parlementaire loopbaan deel moet uitmaken van een totale loopbaan van 45 jaar, en men pas dan ten volle zijn pensioen krijgt.
Vaak is dat ook al zo, want een parlementair die vandaag de dag langer dan 20 jaar zetelt wordt meer en meer een rariteit.
Dit is dus volledig compatibel met een pleidooi voor meer jeunisme in de politiek.
Beste Eric, graag bereid tot een gesprek. We kunnen zelfs bekijken of een parlementair mandaat niet onder de noemer ‘zware arbeid’ kan vallen, zodat de 45 jaar wat ingekort kan worden … wat op zich een interessante discussie kan vormen. Ik ben er gerust in dat u niet dezelfde fout zal maken zoals Luis Tobback … en niet zelf de hele tijd aan het woord zal willen zijn.
20:19
Gepost door Stefaan
Permalink
| Commentaren (0)
| Email dit
|
Facebook
|
05-06-11
Wat wil de jeugd van vandaag ? reactie op de uitspraak van Tobback
Jongeren en Active Citizenship
22:26
Gepost door Stefaan
Permalink
| Commentaren (0)
| Email dit
|
Facebook
|
15-03-11
JCI - THE FIFTH FREEDOM./
Op 6 januari 1941 hield Franklin Roosevelt zijn oorlogstoespraak voor het Amerikaans Congres. Het werd zijn Four Freedoms-toespraak genoemd. The Freedom of speech and expression (de Vrijheid van meningsuiting), the Freedom of worship (de vrijheid van godsdienst), The Freedom from want (de Vrijwaring van gebrek), en the Freedom from fear (de vrijwaring van vrees).
Het jaar 1947, het Jaar waarin John Ben Shepard, JCI president van de VS, zijn Fifth Freedom Flight onderneemt. Op deze vlucht bezocht Shepard 63 steden, waar hij maar liefst 133 speeches gaf over the Fifth Freedom, the Freedom of Opportunity. Ingegeven door een trip door het na-oorlogse Europa alwaar de vrijheid van ondernemen leed onder het opkomend communisme en socialisme.
Het is over deze Freedom of Opportunity dat deze tekst gaat.
Hoe het begon …
We schrijven 1910, St Louis Missouri, USA, op een leeftijd van 18 jaar, creëerde Henry Giessenbier, zijn Herculaneum Dancing Club, met als doel, door middel van de creatie van een hechte band, de leden tot hogere en betere ideeën en sociale standaard te brengen.
Gaandeweg realiseerde Giessenberg zich dat er veel meer mogelijk kon zijn, als jonge mensen zouden samenwerken. Vijf jaar later richtte Giessenberg, samen met 32 andere jonge mannen, de Young Men’s Progressive Civic Association (YMPCA) op. De YMPCA wou de maatschappij verbeteren door initiatieven te nemen, en zette jonge mensen aan maatschappelijke problemen constructief te benaderen.
Vanaf 1916 werd de YMPCA de ‘Junior Citizens’, ook wel ‘JC’, en nog later de ‘Jaycees’ genoemd.
De JC intrigeerde de St Louis Junior Chamber of Commerce, en in 1918 nam JC de naam Junior Chamber of Commerce aan.
Na WO I breidde JC zich als een lopend vuur uit over geheel de Verenigde Staten. Vanaf 1923 ook internationaal, met als hoogtepunt het eerste wereld congres in Panama, in 1946.
Doorheen de jaren werden diverse namen gehanteerd, Junior Chamber, Junior Chamber of Commerce, Jaycees International. Pas sinds 2004 wordt de nu gangbare JCI overal aangenomen.
The Seed of the Creed
Het jaar 1946, Columbus, Ohio, Bill Brownsfield zet het credo van JCI op papier. Het jaar daarop in 1947, wordt het credo officieel erkend.
Het is interessant om de context van toen te analyseren om het credo beter te kunnen begrijpen.
Ik durf te poneren dat een drietal factoren van toen van belang zijn geweest en een ontzaglijke invloed hebben gehad op de formulering van het credo zoals we het nu nog steeds kennen.
Mijn pen is amper in staat om die symbiose van woorden, die gekunsteldheid van zinnen, die kracht van het geheel, die macht van elke zin apart, op papier te zetten, maar uiteindelijk ben ik erin geslaagd dit ideologisch meesterwerk hieronder nog even weer te geven :
“We believe ...
That the brotherhood of man transcends the sovereignty of nations;
That economic justice can best be won by free men through free enterprise;
That government should be of laws rather than of men;
That earths great treasure lies in human personality;
And that service to humanity is the best work of life. “
In 1950 werd de zin ...
“That faith in God gives meaning and purpose to human life; “ toegevoegd, helemaal bovenaan.
1. Freedom or Slavery.
Het einde van WOII. Vele Jaycees hadden aan het front gediend, en hadden daar het opkomende ‘communisme’ leren kennen. JCI President van de VS , Shepard, vangt de titanenjob aan om alle staten van de VS te bezoeken om het belang van the Freedom of Opportunity te promoten, na zijn trip door het naoorlogse Europa.
JCI’s voornaamste doelstelling in die eerste jaren na de oorlog was de wereldvrede te bewaren en het communisme tegen elke kost te stoppen.
Zo besliste JCI in 1950 een educatief charter uit te werken “Freedom or Slavery”, welk het geloof in de individuele vrijheid bejubelde en zich afzette tegen de inbreuken op de mensenrechten die door het communisme werden begaan.
Gepaard gaande met een naoorlogse afkeer van alles wat nationalisme en fascisme benadert, valt het op dat het credo in al zijn facetten gelezen kan worden als een aanklacht tegen het communisme en totalitaire nationalistische regimes. Het credo is een ode aan al wat daar tegenover staat : een ode aan het individu, een ode aan de vrijheid, een ode aan de persoonlijkheid, een ode aan de vrije markteconomie. Zelfs het geloof in God staat tegenover de 'religie als opium voor het volk'.
2. The Battle of Athens
De jaren 1945-1946. De roep naar vrede, de roep naar stabiliteit, de roep naar ‘rule of law’ was nooit sterker dan in die jaren.
Het concept van ‘rule of law’ kwam, ondanks een toen reeds gekend principe, veelvuldiger en belangrijker op de voorgrond.
Op vrijdag 13 april 1945 sprak Robert H. Jackson (Supreme Court of the US) de leden van de American Society of International Law (ASIL) toe over het opzetten van tribunalen voor oorlogsmisdaden (wat leidde tot de processen van Nuremberg). Hij besloot zijn speech met de woorden : “That is the spirit in which disputes between states or between individuals must be decided, and the spirit in which decisions must be accepted, if the world is ever truly to be ruled by law instead of by the wills of men in power.”
De roep om een wettelijk kader (rule of law) op internationaal vlak om nooit meer een wereldoorlog te hebben werd steeds luider. Het leidde tot opzet van een Internationaal Gerechtshof, de creatie van structuren zoals de VN.
Het is interessant de preambule van het VN verdrag getekend op 26 juni 1945 eens naast ons credo te leggen.
Zo zegt de preambule onder andere : “We the peoples of the United Nations determined to reaffirm faith in fundamental human rights, in the dignity and worth of the human person, in the equal rights of men and women and of nations large and small, and to establish conditions under which justice and respect for the obligations arising from treaties and other sources of international law can be maintained, and to promote social progress and better standards of life in larger freedom...”
Het VN charter was onmiskenbaar een inspirerende bron voor het credo van JCI. Het hoeft dan ook niet te verbazen dat JCI een sterk partnerschap met de VN heeft.
Alhoewel - opmerkelijk - een belangrijk principe 'equal rights of men and women” nooit in het credo van JCI werd opgenomen. Meer nog, het duurde nog tot 1983, en dan nog via een rechtsgeding, vooraleer vrouwen toegang kregen tot de lokale afdelingen in de VS. Zelfs nu kan vrouwvriendelijkheid voor sommige lokale afdelingen nog een taboe zijn.
Ook andere diverse gebeurtenissen kregen in die periode nationale aandacht. De belangrijkste voor ons verhaal is the Battle of Athens. Athens, een dorpje ergens in de VS, werd geterroriseerd door zijn sherrif Paul Cantrell. Frauduleuze verkiezingen, willekeurige opsluitingen. Al herhaalde malen werd aan de federale staat om hulp gevraagd, echter zonder enig gevolg. In de zomer van 1946 keren massa’s veteranen terug van het front. Ze nemen gewapend verzet op, om de democratie te vrijwaren, bij gebrek aan hulp van hogerhand, bij gebrek aan één of ander orgaan, instantie waarbij recht kon worden bedongen.
Een discussie op nationaal niveau ontspon zich. Duidelijk was dat beide zijden, zowel de sheriff als dictator, en anderzijds de burger die gewapend het recht in eigen handen neemt, niet kunnen. De roep naar een steviger rule of law was opnieuw duidelijk.
Het lijkt waarschijnlijk dat deze gebeurtenissen hun invloed hebben gehad op de zinnen van ons credo.
3. Personalisme
Het Personalisme is een bij de meesten minder bekende filosofie – sommigen noemen het zelfs een ideologie – en ontstond ten tijde van het interbellum. Het was eigenlijk een reactie van de katholieken op het socialisme, het fascisme, en het liberalisme, waar volgens hen de mens ondergeschikt werd gemaakt aan de ideologie.
Het Personalisme ziet de mens als innerlijk vrij, maar anderzijds onlosmakelijk verbonden met de vrijheid van de anderen. De mens beschikt maar over zijn vrijheid dankzij de gemeenschap waarin hij leeft. In tegenstelling tot de individuele vrijheid van het liberalisme. Anderzijds is de mens niet zomaar een deel van de gemeenschap, want daarvoor beschikt hij over een te grote vrijheid. In tegenstelling tot het collectivisme van het socialisme, communisme, en het nationalisme.
Solidariteit, en het opnemen van verantwoordelijkheid zijn dan ook kernprincipes binnen het Personalisme.
De Franse filosoof Emmanuel Mounier was de belangrijkste verdediger van het Personalisme, maar ook in de VS ontwikkelde deze filosofie zich oa via de Boston University. Een belangrijke verdediger in latere jaren van het Personalisme was Martin Luther King.
Vandaag levert het personalisme de ideologische fundering van de christendemocratische partijen.
'Earths great treasure lies in human personality', spreekt dan ook boekdelen.
Het lijkt opnieuw niet onwaarschijnlijk dat deze gebeurtenissen hun invloed hebben gehad op het credo.
JCI wordt vaak verkeerdelijk aanzien als zich focussend op het individu. Het zelfstandig zijn, het streven naar eigen ontwikkeling. Soms zelfs egoïstisch zijn. Vaak wordt JCI ook eerder gelinkt aan het liberalisme. Maar de woorden van het credo weerleggen dit. Het komt uiteindelijk neer op het samengaan van twee peilers van de vier JCI peilers, individu en gemeenschap. Het ontwikkelen van het individu om de gemeenschap ten goede te komen, en omgekeerd. Beide hangen onlosmakelijk aan elkaar verbonden.
En vandaag?
De inspirerende waarden van het credo gaven in de eerste decennia een krachtige munitie voor JCI-leden om de maatschappij in een positieve richting te sturen.
Een eerste vraag die we moeten stellen is : Zijn deze waarden vandaag de dag nog houdbaar?
We gaan de rule of law zeker niet onderkennen. Maar het aanwezig zijn van een rule of law is op zich niet voldoende. De invulling van de rule of law is van even groot belang.
Een eerste voorbeeld verduidelijkt dit onmiddellijk. In de VS is de doodstraf in sommige staten onderdeel van de rule of law. Bij ons zou dit ondenkbaar zijn en barbaars overkomen.
Bij een tweede voorbeeld zoem ik even in op die organisatie waarmee JCI al jarenlang een partnership heeft. De Verenigde Naties zijn een intergouvernementele organisatie die samenwerkt op het gebied van het internationaal recht, mondiale veiligheid, behoud van mensenrechten, ontwikkeling van de wereldeconomie en het onderzoek naar maatschappelijke en culturele ontwikkelingen.
Deze Vereniging van Naties vertegenwoordigt een zekere vorm van rule of law in de wereld, maar bijvoorbeeld vormen de permanente posities binnen de VN Veiligheidsraad daar een handicap bij, vermits deze nog steeds vastgelegd zijn naar het politieke beeld van 1945. De VS, Groot Brittannië, Frankrijk, Rusland en intussen ook China. Een vetorecht van een van deze landen ondergraaft dan ook de wereld - rule of law waarvoor de VN kan staan. De VN miskent op die manier een groot stuk van de wereld in haar beslissende structuren. Een interessante visie daarover kan je vinden bij Kishore Mahbubani, in zijn boek De eeuw van Azië.
Of maw, wat zijn voor JCI de universele waarden die onderliggend de 'rule of law' zouden moeten bepalen?
Het hoeft geen betoog dat het credo vooral een Angelsaksische - nog enger - Amerikaanse kijk op de zaken is. Het vrije markt denken kent in Europa echter een sterke sociale correctie. Naast broederlijkheid en vrijheid, waarden die duidelijk op de voorgrond treden in het credo, wordt het derde – Europees- principe van gelijkheid veel minder teruggevonden in het credo. Zie ook de opmerking hierboven met betrekking tot gelijkheid van man en vrouw.
Om terug te komen op het principe van de vrije markt. Bubbles en speculaties brengen niet steeds de beste eigenschappen van de mens naar boven. We kunnen ons afvragen of economische rechtvaardigheid gediend is met de Moody'ssen en Standard en Poor'sen van vandaag die lichtzinning de economie van een land onderuit kunnen halen.
De toplonen van topondernemers en topbankiers spruiten misschien wel voort als een economische rechtvaardigheid uit de vrije marktwerking, maar worden door het merendeel van de mensen niet als rechtvaardig aanzien.
Vraag is dan ook of we in het credo niets moeten zeggen over 'justice' in het algemeen of over 'equality'.
Tot slot, beslaat het credo nog wel het merendeel van de wereld? De interculturele samenleving is in de VS min of meer gelukt, in Europa zeggen èn de president van Frankrijk, èn de premier van Groot Brittannië, èn die van Duitsland, dat ze is mislukt. Broederlijkheid zal in die zin een verschillende en afwijkende interpretatie krijgen.
Wil JCI een wereldvereniging blijven, dan zal het credo ook de toets van de islamitische wereld en de Aziatische waarden moeten ondergaan.
Echter, vele van bovenstaande vragen worden eigenlijk ondervangen door die ene zin : de human personality. Misschien is het credo toe aan een herbronning of misschien ook niet … een te overwegen agendapunt voor ons komend wereldcongres?
Een tweede vraag : kunnen we vandaag de dag de waarden van ons credo meer aanwenden om vanuit JCI mee richting te geven aan de samenleving?
Gaan we even terug naar de eerste decennia van JCI. De commissies van toen focusten zich op samenlevingsproblemen rond verkeer, transport via binnenvaart, aanleg van parken, vrijwillige legerdienst, verbeteren van huisvesting, het Amerikaans gevoel aanzwengelen, het stimuleren van deelname aan verkiezingen, betere scholen, musea, luchtvervuiling, werkloosheid, jeugddelinquentie en opvoeding, brandpreventie, straatverlichting, stadsontwikkeling, verkeersveiligheid, … . Men dacht werkelijk na over problematieken in de samenleving en hoe deze te kunnen verbeteren.
JCI'ers waren ook innovators .In de periode van de jaren 20-30 was een rode draad doorheen JCI de zich ontluikende luchtvaart. Vliegclubs werden opgericht, JCI hielp mee aan de uitbouw van de luchtpost. Het was in die periode dat Charles A. Lindbergh lid werd van JCI.
Tijdens de WOII was de prioriteit voor elke Jaycee om mee ten strijde te trekken. Maar liefst 85% van alle Jaycees hadden hun dienstplicht vervuld. De overige activiteiten richtten zich toen op het opzetten van betere recreatie voor de soldaten, en nadien opvang en begeleiding van veteranen.
Vandaag ligt de focus veel minder op civic actions.
Deze tendens zie je trouwens vooral in Europa, welk zich de laatste decennia al steeds op de business pijler gefocust heeft, veel meer dan in de Verenigde Staten. In zekere zin is dit dus zo historisch gegroeid.
Een blik op de site van JCI USA toont dit inderdaad aan. Zo beschikt JCI USA over een geheel aan projecten die kaderen binnen hun concept van ‘governmental affairs’, waaronder bijvoorbeeld vallen : opzetten van citizen corps (organisaties die helpen met het coördineren van vrijwillige activiteiten om de lokale gemeenschappen veiliger, sterker en beter voorbereid te maken); werken rond sociale zekerheid; opzetten van netwerken naar politiek verantwoordelijken; ontrafelen van maatschappelijke issues; ‘Get out the Vote’ (mensen motiveren om te gaan stemmen, en meer deel te laten nemen aan een actieve democratie).
Leg daarnaast de sites van enkele Europese landen en het verschil valt op. Niet dat er niets gebeurt. Nederland bijvoorbeeld focust op acties rond Waterproblematiek, Maatschappelijk, verantwoord ondernemen, opzetten van duurzame energie in de wijk. Frankrijk focuste recent op werkloosheid bij jongeren, en meer betrokkenheid bij verkiezingen. Ook bij ons passen recente initiatieven zoals dagen rond veiligheid, relatie jongeren en arbeidsmarkt wel degelijk onder het concept gemeenschap.
Kunnen we spreken over een teloorgang van onze gemeenschapspeiler? En kunnen we deze peiler niet terug een diepere invulling geven?
Het credo biedt een machtig gegeven om de freedom of opportunity daartoe in te vullen.
Concreet ...
... JCI zou een fervente voorstander van de Europese integratie gedachte kunnen zijn. JCI zou de pro – Europa gedachte kunnen uitdragen naar de mensen, en acties en activiteiten op getouw zetten ter promotie van Europa, van broederlijkheid over de grenzen heen. JCI zou een Europees netwerk kunnen zijn die de Europese integratie en verdiepingsgedachte uitwerkt, en inhoudelijk voorzetten geeft voor de toekomst.
... JCI zou een fervente voorstander van vrije wereldhandel kunnen zijn. JCI zou op die manier als vooruitstrevend jonge ondernemende vereniging inspanningen kunnen leveren in het migratiedebat, in het landbouwdebat, in ... .
... JCI zou vanuit haar partnerschap de werking van de VN in vraag kunnen stellen en zo een signaal geven vanuit 200.000 jonge mensen wereldwijd dat de VN aan vernieuwing toe is. Dat de structuren van de VN zich moeten aanpassen aan de veranderde wereld. Dat de VN moet ageren conform haar principes verwoord in de preambule van haar charter, en deze niet mag laten verwateren door belangen die de broederlijkheid tussen naties overeind halen.
Durven we de discussie aangaan op ons wereldcongres binnenkort?

21:39
Gepost door Stefaan
Permalink
| Commentaren (0)
| Email dit
|
Facebook
|
04-03-10
Animal Spirits.
Gisteren ben ik naar de 'last lecture' geweest van professor Marc Buelens, Doctor in Industrial Psychology, en gewezen docent management aan de Universiteit Gent en aan Vlerick Leuven Gent Management School. De activiteit werd georganiseerd door Voseko, de Alumnivereniging van de economiestudenten Gent.
Het onderwerp "Waarom slimme managers... en bankiers soms domme beslissingen nemen", ontaardde al snel in de theorie van de animal spirits, en was dan ook bijster interessant.
Deze theorie begon - zoals zoveel - bij John Maynard Keynes, die in 1936 het begrip 'animal spirits' lanceerde om aan te geven dat heel wat beslissingen veroorzaakt worden door haast spontane krachten. Spontaan optimisme en pessimisme veroorzaken effecten die de gehele economie bepalen. In 2009 werd deze theorie terug in de actualiteit geplaatst door het boek 'Animal Spirits' van George A. Akerlof ( nobelprijswinnaar economie) en Robert J. Shiller.
Er worden vijf animal spiritis onderscheiden.
Vertrouwen is de rode draad doorheen de economie. Consumentenvertrouwen, vertrouwen in de bankiers, vertrouwen in de ratings van Moody's. De golf van vertrouwen zwelt almaar verder aan, groeit spontaan, begeestert de economie, en doet mensen dingen doen die ze achteraf gezien beter niet hadden gedaan. Leuk was dat gisteren het voorbeeld van de overrating van verpakte producten werd meegegeven door ratingbureaus zoals Moody's, waarover ik mijn vorige blogtekst heb geschreven.
De tweede animal spirit is de fairheid of rechtvaardigheid der dingen. Alles moet fair zijn, of zal niet zijn. Van zodra de toplonen toch te hoog worden, beginnen de anderen te morren. Ook deze 'spirit' begeestert de economie. Stel dat je gevraagd wordt wat je wil betalen voor een stuk chocola. Je antwoordt 5 euro. Dan zal blijken dat je dit wel zal willen betalen als je hoort dat de lat chocola uit de Leonidas - winkel komt waar hij 3 euro kost, en niet wanneer je weet dat de chocoladelat uit de Aldi komt, waar hij maar 0,5 eurocent kost. Let dus op hoe men iets verkoopt, want verkooptrucs met vergelijkingen leiden tot irrationeel koopgedrag.
De derde animal spirit, corruptie en anti-sociaal gedrag spreekt voor zich. Ratingbureaus die hun inkomsten - die ze vooral ontvangen vanwege die instellingen die ze raten - het laatste decennium spectaculair hebben zien stijgen, zullen hun ratinggedrag vaak aanpassen aan een gewenste verdere evolutie van die inkomsten.
Geldillusie, of fouten die mensen maken bij de beoordeling van geld is de vierde animal spirit. Te vaak wordt een concept zoals inflatie miskent. De mens denkt vooral nominaal.
De laatste animal spirit is die van de verhalen. Verhalen bepalen de economie. Het verhaal van de internetboost, het verhaal van Lernout & Hauspie, de verhalen van Jean-Pierre Van Rossem, de verhalen van de politieke leiders, de verhalen van de gekende beursspeculant George Soros ...
Deze vijf animal spirits - of de vijf psychologische drijfveren die het economisch handelen bepalen - zetten mensen aan tot ondoordachte handelingen.
Meer nog, hedgefondsen, ratingbureaus, beleggingsadviseurs, verkopers, politici, ze maken er allemaal goed gebruik van, en tonen zo ook aan dat ze wel degelijk bestaan.
De kunst is dan ook om er zich ten eerste bewust van te zijn, en ten tweede ze te ontwijken.
22:12
Gepost door Stefaan
in Algemeen |
Permalink
| Commentaren (0)
| Email dit
|
Facebook
|
26-02-10
And who will rate the ratings?
AND WHO WILL RATE THE RATINGS?../
Enkele impressies uit de kranten van deze week doen de wenkbrauwen fronsen...
"Standard and Poor's en Moody's deden de vertrouwenscrisis rond Griekenland opnieuw oplaaien. Beide ratingbureaus dreigden ermee de kredietrating van het Zuid-Europese land verder te verlagen als de regering haar financiële huishouden niet op orde krijgt." (De Tijd, 26 februari 2010)
"Begin deze week steeg het renteverschil tussen Griekenland en de andere eurolanden fors nadat het Ratingagentschap Fitch de kredietrating van de grootste vier banken had verlaagd, wat een uitstroom uit Griekse obligaties met zich meebracht." (De Tijd , 24 februari 2010)
Ook in Spanje rommelt het. Een begrotingstekort van 11,4% in 2009, en de maatregel van Zapatero die de pensioenleeftijd optrekt van 65 tot 67 jaar, ontlokt niet alleen een massaal vakbondsprotest uit, maar ook de uitspraak van de secretaris-generaal van de OESO, Angel Gurria dat volgens hem de ratingbureaus de situatie op de voet volgen... (De Tijd, 24 februari 2009).
Gaan we wat verder in de tijd terug dan vinden we berichten in de zin van :
"Moody's geeft Portugal gele kaart.'-"Ratingkantoor Standard & Poor's maakt zich zorgen om Brusselse begroting."-"Moody's : VS kunnen triple A rating verliezen."
Kan u nog volgen? Wat is een rating? Wie zijn die ratingagentschappen dat zij een land kunnen dwingen dieper te snijden in de uitgaven of de belastingen te verhogen? Welk een macht kunnen zij tentoon spreiden ten aanzien van ja zelfs de machtigste landen? Wie controleert hen? Who will rate the ratings?
Kredietratings zijn scores die door ratingburaus of -agentschappen gebruikt worden om het risico te duiden in welke mate een bedrijf, een land, aangegane leningen niet meer zou kunnen terugbetalen. Een AAA rating bijvoorbeeld garandeert de belegger een risico van quasi nul dat hij zijn geld niet terug zal zien, een D-rating daarentegen ....
Ratingbureaus zijn privéondernemingen, waarvan de bekendste Standard & Poor's, Moody's en Fitch, zijn.
België bijvoorbeeld krijgt van S&P een AA+ rating, een niveau net onder het hoogst mogelijke niveau van rating, omdat wij met een grote schuld kampen ... maar al bij al dus niet zo slecht.
Je kan ratings vergelijken met de Michelinsterren voor restaurants.
Nu, wat is daar mis mee? Wel, heel wat ....
Het hoeft geen betoog dat ratingagentschappen een enorme macht hebben. Een ratingverlaging kan enorme gevolgen hebben voor een onderneming, een land. Vaak gerechtvaardigd, en het kan de onderneming, het land aanzetten om maatregelen te nemen. Maar de vraag is wat bijvoorbeeld het nut van een ratingverlaging voor Griekenland is geweest, behalve een versnelling en versterking van de negatieve spiraal waar het land al in zat. Bovendien maakt dit het onmogelijk voor deze landen een strategie van heropleving in gang te zetten, getuige onderstaande passage uit de Tijd van 26 februari :
"Griekenland ziet zijn plannen om deze week cash op te halen doorkruist door enkele kritische rapporten van de ratingbureaus S&P en Moody's."
Daarnaast beschikt een ratingbureau over de mogelijkheid om spontaan ratings te publiceren, uit eigen beweging dus, zonder dat dit is overeengekomen met het land.
Wil men zich verzetten tegen publicatie dan kan men een veto stellen daartegen, met als gevolg dat de rating-agentschappen dan eenvoudig melden dat de betreffende klant een veto heeft gesteld tegen een publicatie, wat neerkomt op het verlagen van een rating.
Ratingbureaus kunnen zich ook vergissen. Algemeen wordt nu aangenomen dat ze de rommelkredieten, een duistere speler in de huidige financiële en economische crisis, foutief hadden ingeschat. Een veel te positieve rating zorgde voor het enorme succes van deze kredieten, en een toedekking van hun ware aard ... verpakte en doorverkochte leningen (effectisering).

Was het een vergissing? Of ... is er nog iets anders ...
Jawel, de structuur en werking van de bureaus ... De bureaus worden betaald door de emittenten van effecten waarvoor zij een rating moeten geven. Dat ruikt naar belangenvermenging, en kan een verklaring bieden voor de stelselmatig hoge ratings voor rommelproducten. Daarnaast geven de meeste ratingbureaus naast quoteringen, ook vaak advies aan de bedrijven die ze beoordelen. Of om dit alles anders te stellen : "wiens brood men eet, ..."
Ratingbureaus wordt ook verweten dat ze achter de feiten aanhollen. Toen zich problemen stelden in de vastgoedmarkt in de VS, werden de ratings pas aangepast wanneer al tal van betalingsmoeilijkheden zichtbaar werden. We weten allemaal dat de Griekse tragedie al algemeen gekend was, maar pas echt een doorbraak kende wanneer Fitch eind vorig jaar de rating voor Griekenland verlaagde.
Tegenwoordig pakken de ratingbureaus het dan ook anders aan, en ze lanceren negatieve of positieve verwachtingen, de zogenaamde warnings. Een voorbeeld :
"Moody's waarschuwde gisteren dat het 'over enkele maanden' de kredietrating van Griekenland kan verlagen als het land zich niet aan zijn loodzware saneringspan houdt." (De Tijd, 26 februari 2009) ... is dit niet enorm verregaand?
Tot slot, de manier waarop ratingbureaus hun ratings opmaken is ondoorzichtig.
Wordt er dan niets aan gedaan?
De grootste ratingbureaus zijn Amerikaanse privéondernemingen. In de VS bestaat niet echt regelgeving (op een code of conduct na, en De Rating agency Act van 2006 die een vorm van registratie invoert) , en het uitbrengen van ratings wordt aanzien als het uitbrengen van een visie, en valt onder de noemer vrije meningsuiting.
In Europa daarentegen, heeft men, als reactie op de perverse rol van de ratingagentschappen in de crisis, eind 2009 wel een verordening aangenomen. Deze verordening verplicht alle ratingbureaus die in de EU willen werken zich te registreren en te voldoen aan enkele regels inzake transparantie- en rapportageverplichtingen, belangenconflicten en kwaliteit. Ondernemingen mogen alleen gebruik maken van ratings afgegeven door in Europa gevestigde en geregistreerde bureaus. Ratings afgegeven in een derde land kunnen echter bekrachtigd worden mits ze aan diverse voorwaarden voldoen.
Een stap in de goede richting, maar S&P, of Moody's zullen nog steeds spontaan ratings aan landen kunnen geven en deze kunnen verlagen of verhogen wanneer dit in hun visie nodig zou blijken te zijn.
Een evolutie om op te volgen ....
Stefaan De Vos 26-2-2010
19:29
Gepost door Stefaan
in Algemeen |
Permalink
| Commentaren (1)
| Email dit
|
Facebook
|
29-01-10
Begrotingsbeleid Gent legt hypotheek op toekomst
BEGROTINGSBELEID GENT LEGT HYPOTHEEK OP TOEKOMST../
"Paars in Gent gaat zelfde weg op als paars beleid van Verhofstadt."
Deze bijdrage gaat alweer over het immens interessante onderwerp 'begroting'. Deze blog-bijdrage volgt eigenlijk perfect op mijn vorige tekst. Waar ik in mijn vorige bijdrage de federale begroting ten tijde van paars kritisch tegen het licht hield, wil ik u nu graag meenemen in de wondere wereld van de Gentse begroting.
... de watertoren is lek ...
Eind december 2009 werd de begroting 2010 goedgekeurd, en gelijktijdig daarbij een meerjaren simulatie voor de tweede helft van deze legislatuur.
Een blik op deze begrotingen toont ons het volgende.
De Gentse begroting kent een structureel tekort. Elk jaar is het saldo van het eigen dienstjaar negatief. Eind deze legislatuur zal dit tekort bijna 2,5% van de Gentse begroting bedragen. Door een zekere cosmetica, wordt dit elk jaar minder zichtbaar gemaakt door een afroming van overgedragen overschotten van voorgaande jaren (de zogenaamde watertoren ... ), echter, in 2013 komen deze reserves uit voorgaande jaren op 0 (... die lek is), en start de volgende ploeg, met een structureel tekort. In het beste geval kan nog een andere reservepot worden aangesproken - het gewoon reservefonds - waarmee de nieuwe ploeg het structureel tekort nog met een 6 miljoen euro zal kunnen ondervangen, maar deze reservepot dient eigenlijk voor het uitbetalen van schadedossiers. Deze reservepot werd trouwens gehalveerd om een extra schuldaflossing te kunnen doorvoeren.
Goed nieuws zou je dan denken ... in 2010 put de stad ruim 13 miljoen euro uit het gewoon reservefonds voor schuldafbouw. Maar het andere verhaal : de verdere schuldopbouw, daar is men eerder karig over naar informatie toe. Nochthans in 2011 neemt de schuldlast weer toe van 34,5 mio euro tot 53,5 mio euro, een niveau sinds lang nog nooit zo hoog. De jaren nadien worden steeds weer nieuwe leningen voorzien om de investeringen te kunnen financieren, waardoor dus ook de leninglasten zullen stijgen - alweer een hypotheek op de toekomst.
Daaraan gekoppeld, valt het op dat de financiering van de Buitengewone Dienst (de investeringen dus) steeds maar meer op extra leningen teert. Waar het aandeel van de leningen in de financiering van de investeringen in 2010 een dikke 50% bedraagt, bedraagt dit aandeel in 2013 maar liefst 82%.
De volgende regeringsploeg zal dus geconfronteerd worden met een negatief structureel saldo, en zal onmiddellijk structureel moeten ingrijpen. Men zal vaststellen dat men dit negatief saldo niet meer zal kunnen ondervangen door de 'watertoren' en dat de reserves in het gewoon reservefonds dienend voor schadeclaims, ook is uitgeput. Daarenboven zal de nieuwe ploeg vaststellen dat de leninglasten alleen maar fundamenteel toenemen, en het opzetten van nieuwe investeringen de leningslasten nog meer zullen bezwaren.
De gelijkenis met vorige analyse (zie mijn blog) is schrijnend.
En 't zogezegd goed beleid
... was goon vliegen
Al mee de wind
22:16
Gepost door Stefaan
in Algemeen |
Permalink
| Commentaren (0)
| Email dit
|
Facebook
|
20-01-10
De Zaak Alzheimer II
DE ZAAK ALZHEIMER II../
"Met in de hoofdrollen ... "
Vorige vrijdag kon men in De Standaard een interview met Johan Vande Lanotte en John Crombez lezen over hun kritische kijk op het begrotingsbeleid, waarbij gelijktijdig met het rapport van de Hoge Raad van Financiën gefixeerd werd op het tekort van 6,1% van het BBP.
In onderstaand betoog gaan we niet ontkennen dat er problemen zijn vandaag. Het structurele ingrijpen in de begroting is jammer genoeg eerder beperkt. Dixit onze federale begrotingsminister Vanhengel worden structurele ingrepen sowieso over de verkiezingen getild. Anderzijds mogen we ook niet zomaar ontkennen dat we een economische crisisperiode kenden de voorbije periode.
"Het niet verregaand kunnen doorvoeren van een structureel stevig beleid in een periode van een slecht presterende economie, is niet wenselijk, en sowieso moeilijk te realiseren ... maar ... het niet willen invullen van een doordacht structureel beleid in een periode waar het economisch voor de wind gaat, is onverantwoord. "
En dat wil deze tekst benadrukken.
Het onverantwoord beleid van beide huidige senatoren in de paarse periode heeft nog steeds desastreuze gevolgen voor de begroting, maar men zegt daar niets over in het interview, men is dat blijkbaar vergeten.
Nieuwsgierig? Werp dan een verdere blik op ...
De zaak Alzheimer II ... met in de hoofdrollen Johan Vande Lanotte en John Crombez.
In het interview klagen beide senatoren de goed nieuws show aan. "We doen het minder slecht dan verwacht, beter dan de buurlanden en de banken brengen meer op dan ze kosten." Men is duidelijk de jaarlijkse goednieuws shows vergeten die de paarse ploeg elk jaar opnieuw naar voor bracht bij de presentatie van de begrotingen in evenwicht. De paarse ploegleden waren de pioniers daarin.
We weten nu wel beter. We tekenen in die periode afwijkingen op van maar liefst 1,4%.
Ook zegt men dat de federale overheid niet zuinig is. Maar dan is men toch wel het volgende vergeten : In de periode 1999-2007 daalde de rentelast van 6,6% naar 3,8 % van het BBP. Een budgettaire marge van 2,8% werd niet gereserveerd voor de toekomst, maar werd volledig gespendeerd aan uitgaven en belastingverlagingen. Een gekende slagzin zegt nochtans, "wanneer het goed gaat spaar dan en reserveer voor wanneer het minder goed gaat". U weet wel, de krekel en de mier... Stel u voor dat we die marge hadden gereserveerd, om nu de crisis op te vangen.
Velen hadden het toen gezegd, ook de HRF.
Voorts hekelt men dat de begroting vooral een structurele problematiek kent, en dat men daar niets aan doet. Men laat het uitschijnen dat de huidige ploeg de laatste twee jaar, daarvoor de volle verantwoordelijkheid draagt. Welnu, ook hier is het gat in het geheugen groter dan het structureel gat in de begroting. De HRF toont dit in haar laatste advies ook aan, en zegt letterlijk : "De in dit advies uitgevoerde gedetailleerde analyse van de overheidsontvangsten en -uitgaven wijst ook op een verzwakking van de structurele begrotingstoestand van de federale overheid en de Sociale Zekerheid samen over de periode 2004-2009.[1]" Ook de cijfers uit het HRF rapport tonen het aan. Het structureel tekort evolueert van 1,3% BBP in 2004 tot 1,4% in 2007. Jaren achtereen een structureel tekort.
U begrijpt het goed ... bovenop het volledig uitputten van de marge van de dalende rente-uitgaven, heeft men nog meer uitgegeven.
Het huidig tekort van 20 miljard euro, waarvan volgens beide senatoren 7 miljard euro structureel is, en de rest hoofdzakelijk te wijten aan de crisis, bestaat dus voor bijna 5 miljard euro uit een structureel tekort veroorzaakt door de vorige paarse regeringen. Maar dit is men vergeten.
En dan hebben we nog geen rekening gehouden met het stijgend effect op dit structureel tekort van maatregelen genomen tijdens het paarse bewind. Denken we aan de structurele weerslag van het Generatiepact, of meer specifiek de welvaartsaanpassing van de sociale uitkeringen, die vanaf 2007 op structurele wijze voorziet in de toekenning van extra budgetten, steeds maar aangroeiend, een 250 à 300 mio euro extra per jaar.
Een ander punt van kritiek van beide senatoren betreft de onverschilligheid ten aanzien van de vergrijzingsproblematiek. Hier vergeet men dan toch de talloze adviezen die de Hoge Raad van Financiën al vanaf 2000 simuleerde en daarbij vooropstelde om vanaf 2005 een positief vorderingensaldo te bereiken van 1% van het BBP, later zelfs bijgesteld naar 1,5% van het BBP. Op die manier zou men het hoofd kunnen bieden aan de op ons afstormende vergrijzing. Elk jaar werd een actualisatie van deze beleidsaanbeveling doorgevoerd, en werd het urgent karakter ervan door de HRF benadrukt. Maar al die jaren werden die adviezen naast zich neergelegd. Nu grijpt men er gretig naar om oppositie te voeren.
Men fixeert de kritiek tevens vooral op het federale niveau. Maar het tekort in 2009 van 6,1% bestaat voor 0,7% uit een tekort (en ook toename) voor de Gemeenschapen en de Gewesten en 0,2% voor de lokale besturen, waar bij beide de SPA wel vertegenwoordigd is. Was een belangrijke oorzaak van het extra tekort van 200 miljoen euro op Vlaams niveau eind 2009 niet vooral te verklaren door een strategisch ingeschatte onderraming van de lonen voor het onderwijs, een SPA bevoegdheid.
En dan ... het Zilverfonds, het kind van Vandelanotte, met John Crombez in de raad van bestuur. Overschotten worden in het Fonds gestopt, om in de komende jaren de stijgende kosten van de vergrijzing op te vangen. Dit lijkt wel de positieve zijde van het verhaal van de krekel en de mier. Echter men vergeet te zeggen dat wanneer men uit het Zilverfonds zal putten ten eerste de schuld weer zal stijgen, en ten tweede de uitgaven die men doet begrotingsmatig aangerekend zullen moeten worden, en dus mee bepalend zullen zijn voor de berekening van het tekort of overschot dan. Trouwens, slechts wanneer de schuldgraad beneden de 60% zit mag het Fonds worden aangewend. Het zal dus nog niet voor vandaag zijn. Toch stellen we samen met het HRF vast dat de vergrijzingsuitgaven zich nu reeds beginnen te manifesteren.
Ook de injecties in het Zilverfonds hebben al heel wat discussies uitgelokt. Overnames van pensioenfondsen betekenen immers ook overnames van de pensioenverplichtingen.
Inzake de evolutie van de schuld wordt de huidige federale ploeg de levieten gelezen. Er wordt daarbij verwezen naar de heroïsche schuldafbouw tijdens de paarse jaren. Maar is dat terecht? Vergeet men daar ook niet de meer correcte versie te vertellen? De schuld per BBP is toen wel gedaald, maar in euro's is er nul euro schuld afgebouwd, integendeel, opgebouwd.
Tot slot vergeten beide senatoren alternatieven aan te bieden. Hoe zouden zij het tekort wegwerken. Snijden in de 4,5% groeinorm gezondheidszorg? En wat als ze in 2011inbreken in de federale regering, zal dan deze kritiek zich alweer in de vergetelheid hebben genesteld?
Oppositie voeren is geworden tot een kunst van communiceren.
[1] Hoge Raad van Financiën - afdeling Financieringsbehoeften van de overheid - Evaluatie 2008-2009 en begrotingstrajecten ter voorbereiding van het volgende stabiliteitsprogramma - januari 2010, blz. 13.
20:51
Gepost door Stefaan
in Algemeen |
Permalink
| Commentaren (0)
| Email dit
|
Facebook
|
30-03-09
Het 'Geestig' Manifest.
HET ‘GEESTIG’ MANIFEST../
De uiteenzetting op Ter Zake waarbij de hoop werd gekoesterd meer duiding te krijgen bij het begrip ‘liberaal offensief’, beperkte zich tot het steeds herhalen van woorden als ‘dijkbreuken’, ‘ijkpunten’ en ‘vuurtorens’, wat ons ertoe noopte het manifest dan maar eens zelf te lezen De geest van het manifest straalt een ongenaakbare overtuiging uit als zou de toekomst enkel en alleen maar liberaal kunnen zijn, en enkel het liberalisme goed. Al de rest moet dan maar slecht zijn, conservatief, verdorven.

Dat ‘goede’ liberalisme zou geen neoliberalisme zijn, maar eerder een soort van paars liberalisme, waarbij de auteur van het manifest een onverdroten bewondering uit voor Guy Verhofstadt.
Laten we dan ook eerst eens nagaan waar dit goede liberalisme onder 8 jaar Verhofstadt toe heeft geleid. We noemen maar enkele zaken.
De beruchte financieringswet van paars, die een ware geldstroom op gang heeft gebracht van de federale overheid naar de regio’s, in ruil voor een aantal beperkte bevoegdheden, heeft het grote structureel tekort waarmee de federale begroting nu te kampen heeft, mede veroorzaakt. De budgettaire marges die ontstonden door het dalen van de rentelasten, heeft men volledig uitgeput aan nieuwe paarse uitgaven. Had men deze marges gespaard dan hadden we nu sterker gestaan om het hoofd boven water te houden, en de vergrijzing aan te pakken.
Op communautair vlak is er sinds 1999 één beperkte « staatshervorming » geweest met de Lambermont-akkoorden van 2001. Nooit is er werk gemaakt van een ernstige herverdeling van taken tussen het federale en het regionale niveau. Erger nog, paars zelf heeft de kieswetgeving veranderd en provinciale kieskringen geïnstalleerd, maar nooit de moed gehad het BHV probleem op te lossen.
Inzake een betere corporate governance van beursgenoteerde bedrijven en een zekere transparantie in de toplonen van managers, waar vandaag in crisis om geroepen wordt, werd, ondanks aanbevelingen van de Europese Commissie sinds 2004, niets gedaan. Daaraan gekoppeld wordt de bankcommissie al jaren geleid door verschillende voormalige kabinetschefs van vice-premier Reynders. Hun liberale visie heeft hen zeker niet gestimuleerd in te grijpen in – of te waarschuwen voor – de megalomane overname van ABN Amro door FORTIS.
Een verdere kritische blik op het manifest leert ons tevens dat we het niet eens kunnen zijn met de ideologische fundamenten die doorheen de hele tekst naar voor komen.
Zo stelt het manifest dat de vrije markt niet in de fout ging in de huidige crisis, maar wel het gebrek aan controle om de vrije markt goed te laten functioneren. Het komt er op neer dat de overheid kansen moet creëren voor iedereen. Het individu kan deze kansen dan ongebreideld invullen. De rol van de overheid is daarbij beperkt tot het vrijwaren van die vrijheid voor iedereen.
“Gelijke kansen” uit een liberale mond is echter niets meer dan een eufemisme. Dankzij het “gelijke kansen”beleid van voormalig Minister van Onderwijs Marleen Vanderpoorten kennen we nu het fenomeen schoolkamperen. En wat met die liberale eis voor koopzondagen, waarbij de kleine handelaars in het zand zullen moeten bijten omdat ze nooit tegen de mastodontwinkels op kunnen tornen? Inzake migratie pleit het manifest voor selectieve criteria. De survival of the fittest, dat is het liberale gelijke kansenbeleid. Trouwens: die "gelijke kansen" gelden blijkbaar vooral voor stamboomliberalen als het op lijstvorming aankomt. All animals are equal, but some are more equal than others...'
Ons inziens draait het niet alleen om het hebben van kansen, maar ook de manier waarop je die invult. Hoe meer vrijheid … hoe meer controle … lijkt ons de vrijheid juist teniet te doen. Normen, waarden en deontologie moeten aanwezig zijn in onze maatschappij. Liberalen huiveren daarvan, maar wil men een controlestaat vermijden en de vrijheid vrijwaren, dan zit daar juist de oplossing.
Een ander hoofdstuk uit het manifest dat ons opviel gaat over vrijwilligerswerk. Daarbij wordt het concept van ‘prosumeren’ ingevoerd, een samentrekking van de woorden produceren en consumeren. Letterlijk, ‘Het komt erop neer dat als persoon A één uur iets doet voor persoon B, persoon A dan een tegoed van één uur ontvangt, terwijl persoon B dan een schuld heeft van een uur. B kan dan het gras afrijden bij persoon C, en zo zijn schuld afbouwen. Persoon C kan dan een babysit houden voor persoon A, en zo staat iedereen weer op nul.’ Vrijwilligerswerk wordt zo afgedaan als het vereffenen van een schuld t.a.v. iemand anders, en is in dat opzicht totaal niet meer vrijblijvend, niet meer spontaan. Vrijwillig houdt nu net in dat het uit vrije wil gebeurt, zonder dat daartegenover iets dient te staan. Als Christendemocraten verzetten wij ons radicaal tegen een dergelijke economische visie op vrijwilligheid. Drijfveren zoals naastenliefde, medeleven, onvoorwaardelijke inzet bestaan wel degelijk, en moeten gekoesterd worden.
Tot slot, maakt de favoriete bron van De Clercq, de Indische Nobelprijswinnaar voor Economie, Amartya Sen, brandhout van de notie collectieve identiteit. De samenleving zou niet om groepen draaien maar om het individu. Het enige wat deze individuen zou binden is een soort wereldburgerschap, het feit dat we allemaal mensen zijn met unieke rechten, mogelijkheden en eigenschappen. Volgens De Clercq bestaat in die zin de tegenstelling tussen links en rechts dan ook niet.
Maar net het manifest zelf is doorspekt met de idee dat de ware tegenstelling die is tussen progressief en conservatief … . Het liberalisme is voluit progressief. Alle liberalen zijn progressief! De Christendemocraten zijn conservatief! Het lijkt ons dat dan plots de visie van Amartya Sen niet meer speelt, en een collectieve identiteit dan toch belangrijk is voor de liberaal.
Trouwens, wat betekenen progressief en conservatief nog? Is opkomen voor minder belastingen nu conservatief of progressief? Is opkomen voor meer bevoegdheden voor Vlaanderen nu progressief of conservatief? Is het verdedigen van waarden in een samenleving waar zogezegd de waarden vervagen nu conservatief, of juist progressief?
Het manifest is vooral theoretisch en heeft weinig voeling met de samenleving zelf. Een samenleving die steunt op haar mensen, haar groepen, haar verenigingen, haar vrijwilligers. Een samenleving waar arme drommels theoretisch misschien over gelijke kansen beschikken, maar deze in de feiten niet hebben. Een samenleving waar tegenstellingen zoals progressief en conservatief alleen maar conflictstof vormen.
Dit manifest is niet van deze eeuw, en lijkt geschreven als door een geest die lang geleden jong was, en zijn ideeën van toen nooit meer aanpaste.
Wij daarentegen omarmen wél onze eigen toekomst, en niet onze afkomst ...
Stefaan De Vos, Jasper Delanoy, Lieven Demolder, Peter De Bouvere, Lieselot Bleyenberg, en Eva Parent, zijn allen Christendemocraten.
23:43
Gepost door Stefaan
in Algemeen |
Permalink
| Commentaren (0)
| Email dit
|
Facebook
|
03-03-09
De Geest van Montesquieu is uit de fles.
DE GEEST VAN MONTESQUIEU IS UIT DE FLES./
De crisis der machten. De crisis rond de scheiding der machten in het kader van de Fortis saga, noopt me er toe de pen ter hand te nemen en enkele gedachten neer te schrijven. Wie heeft niet in zijn prille jaren, als jong politicus, met De l’Esprit des Loix van Montesquieu (Over de Geest der Wetten) onder zijn hoofdkussen proberen de slaap te vatten. Wie heeft de teksten van Montesquieu en Rousseau niet verslonden in vroeger tijden. Tot men dan de stap in de echte politiek zet, en historische theoretische beschouwingen al snel vervagen in de werkelijkheid van alle dag. Het is dan ook een aangename verrassing nu plots Montesquieu opnieuw in alle krantenkoppen te zien verschijnen, over alle tongen op topniveau te horen rollen, ja zelfs ter discussie aan de toog opnieuw te zien opduiken. Het hoeft geen betoog dat de omstandigheden waarin Montesquieu zijn befaamde scheiding of spreiding der machten opstelde, intussen fel veranderd zijn. Ik mankeer dan ook enkele items in de discussie die welig tieren op menig blog, website en krant.
Il faut que le pouvoir arrête le pouvoir.
Wat ik me vooral nog herinner van Montesquieu is niet zozeer de ‘scheiding’ der machten, maar eerder het belang van de ‘spreiding’ der machten. Vooral moet immers voorkomen worden dat alle macht in één persoon wordt gelegd, de toenmalige despoot, de koning. Daarom is het nodig de macht te spreiden.” Il faut que le pouvoir arrête le pouvoir”. Vermits men in die tijd daadwerkelijk met despoten geconfronteerd werd, diende men het volk een onafhankelijke plaats te geven, tegenover die despoot.
Het principe van scheiding der machten staat ook niet expliciet in onze grondwet. Ook daar is er eerder sprake van een spreiding en samenwerking der machten.
“De federale wetgevende macht wordt gezamenlijk uitgeoefend door de kamer van volksvertegenwoordigers (wetgevend), de Senaat (wetgevend)en de Koning (uitvoerend).”
“De Koning (uitvoerend) benoemt de rechters (rechterlijk).”
“Vonnissen en arresten (rechterlijk) worden ten uitvoer gelegd in de naam des Konings (uitvoerend).”
Enkel de drie machten van weleer bekijken zou de lippen der realiteit doen krullen in een glimlach.
Naast de Trias Politica (de drie klassieke machten) kennen we reeds decennia lang de zogenaamde schaduwmachten.
Zo is er ten eerste de macht van de ambtenaren, doorgaans genoemd als de vierde macht, of ook bureaucratie. In principe voert een ambtenaar uit wat de politiek, beslist. Maar in realiteit ‘interpreteert’ de ambtenarij bij de uitvoering van de genomen politieke beslissingen. De ‘manier waarop’ beslissingen worden uitgevoerd kunnen enorm bepalend zijn. Bovendien heeft de ambtenarij vaak eigen gedelegeerde bevoegdheden.
Ook omgekeerd, bij het opstellen van nieuw beleid is de inbreng van de ambtenarij vaak onontbeerlijk. Een onderzoek gedaan in Nederland in 2006 door het weekblad Intermediair toonde toen aan dat 11% van hoogopgeleide ambtenaren wel eens belangwekkende informatie heeft achtergehouden om besluitvorming te beïnvloeden.
De vijfde macht, de media, is welgekend. Een oplossing in het Fortis conflict tussen wetgevende en rechterlijke macht kon gevonden worden door de commissie achter gesloten deuren te laten plaatsvinden, zodat geen verwikkeling tussen de parlementaire en rechterlijke procedures kan gebeuren. Maar men sloot dit al op voorhand uit omdat men ervan uitgaat dat er toch gelekt zal worden naar de media. Of met andere woorden, hoe de vierde macht bij de gehele discussie een belangrijke rol speelt.
Mogen we vandaag zeggen dat een journalist eerder de geschiedenis creëert dan er verslag van geeft?
Als zesde macht worden vaak externe adviesbureaus genoemd. Onderzoek, voorbereidend werk, eigenlijk taken, worden meer en meer door de overheid uitbesteed aan externe bureaus. Ook spelen onafhankelijke adviesbureaus op zich steeds een grotere rol. Wanneer je merkt welke ontzaglijke macht ratingbureaus vandaag in de financiële crisis hebben, weliswaar gecombineerd met de vijfde macht, de media, dan kan men er niet omheen dat de zesde macht een belangrijke rol speelt.
Tot zover de officieel genoemde machten.
Maar het gaat nog verder. Vandaag leven we niet meer in een parlementaire democratie, maar in een particratie. De zuilen der drie machten worden overkoepeld door de boog der partijen. De partijen bepalen wie parlementair wordt, wie minister wordt, en voor een groot deel ook wie rechter wordt. Dit is nefast voor het volk, die haar macht fel beknot ziet. Bijvoorbeeld, heeft persoon X op plaats X op de lijst meer stemmen dan persoon Y op plaats X+1 op de lijst, waarbij deze laatste nog net van de potstemmen kan genieten, dan wordt toch tegen de wil van het volk in deze laatste persoon Y parlementair.
Bovendien worden de politieke partijen zelf dan weer gestuwd door tal van middenveldorganisaties, de economische wereld, belangengroepen, vakbonden, werkgevers, bedrijven, welzijnsorganisaties, scholen, de mondige burgergroeperingen, …
Moest Montesquieu vandaag leven, en zijn werk neerschrijven, hij zou zich niet beperkt hebben tot de drie klassieke machten. Men kan vandaag niet omheen de vele schaduwmachten. Hoe verhouden al deze machten zich ten opzichte van elkaar? Wordt scheiding niet minder belangrijk als er meer spreiding is? Maar wat dan met het democratisch draagvlak van deze schaduwmachten? En wat met het overkoepelend gegeven van de particratie? Gecombineerd met het uitgebreide coalitiestelsel in België geeft dit toch een totaal andere invulling aan de spreiding der machten? De macht is door zoveel politieke partijen en kartel partners gebonden, dat ze ver af staat van die ene macht vereenzelvigd in de despoot van de jaren 1800.
Het is dan ook hypocriet dat men nu plots het criterium van de scheiding der machten inroept terwijl er nood is aan een diepgaande discussie, evaluatie en geactualiseerde kijk van en ten aanzien van de scheiding en spreiding der machten.
De scheiding als werkelijkheid van alle dag,
Wanneer men zijn kijk dan toch zou beperken tot de drie klassieke machten in België, dan wordt vastgesteld dat
… België op zijn grondvesten davert omdat men een vermoeden heeft van beïnvloeding van de rechterlijke door de uitvoerende macht in een concreet dossier
… terwijl al decennia lang de uitvoerende macht, de wetgevende macht, op haar existentiële zijn zelf onderuit haalt, door zelf het gros van de wetten op te maken en het werk van de wetgevende macht vaak alleen nog maar bestaat uit vragen stellen.
Soms bestaat er zelfs een zwijgplicht van de meerderheidsfractie, hetzij daadwerkelijk opgelegd, hetzij in de feiten, waarbij een parlementair niet te fel zal ingaan op de regeringsploeg, want hij riskeert de regering te kunnen doen vallen, en anderzijds, valt de regering, dan verliest ook vaak hij zijn zitje in het parlement.
In de Verenigde Staten kent men dit probleem niet, de uitvoerende macht, de President, die zijn ministers kiest, wordt onafhankelijk verkozen, naast de wetgevende macht. Deze laatste is dan ook veel onafhankelijker en paradoxaal genoeg ‘machtiger’.
Vaak is het zelfs zo dat de uitvoerende macht, de President met zijn regering, van een andere signatuur is dan de meerderheid in de wetgevende macht. Wij kunnen ons dit niet voorstellen, maar toch, zoals gezegd, paradoxaal genoeg, vergroot dit de macht van het Congres.
Er bestaan ook andere systemen. In Zwitserland bijvoorbeeld wordt elke minister apart verkozen voor een vaste termijn. Zij blijven dus sowieso aan voor deze termijn.
Men zou ook kunnen opteren voor een grondwettelijk regime van minderheidsregeringen. Een dergelijke regering moet zich dan in het Parlement verantwoorden zonder op voorhand de garantie te hebben dat dat slechts een formaliteit is. Het tegenovergestelde is in theorie ook een mogelijk model : alle partijen worden in de regering vertegenwoordigt waardoor het parlementaire spelletje van meerderheid tegen oppositie overbodig is.
Een blik op het Amerikaanse systeem toont trouwens nog interessante pistes. In het huis van Afgevaardigden wordt je voor slechts twee jaar verkozen, maw men voert voortdurend campagne, en moet dan ook voortdurend presteren. De senatoren worden verkozen voor zes jaar, en kunnen het zich dan ook veroorloven iets steviger standpunten in te nemen. Er is geen binding in de tijd met de uitvoerende macht.
Van het Amerikaans Congres wordt ook gezegd dat het een collegiale instelling is. De leden zetelen dankzij hun lokale of regionale, electorale basis, en niet dankzij de nationale partijtop. De nationale partijdiscipline is er eerder laag. De rol van de partij is veel beperkter. In Groot-Brittanië beperkt men de invloed van de partij op de kandidaten door maar één zetel, per district te voorzien.
… vorige week even in de kranten werd vermeld dat een rechter had geoordeeld dat 160 kilometer per uur mag, omdat het in Duitsland ook mag. Een rechter mag echter maar recht spreken binnen de contouren die de wetgevende macht uittekent, en daarin is de maximumsnelheid bepaald. Van deze flagrante inbreuk op het principe van scheiding der machten werd echter geen punt gemaakt
… in Europa, die de Westerse waarden van de democratie de wereld wil verkondigen, het Europees Parlement zelfs de bevoegdheid niet heeft om wetten te initiëren, dit komt immers toe aan de Europese Commissie, met andere woorden, de uitvoerende macht.
En nooit heeft België voor deze immense aantastingen der scheiding der wetten, op zijn grondvesten gedaverd.
Opnieuw, het is hypocriet vandaag de scheiding der machten in te roepen, en luid te declameren dat het grondbeginsel van onze democratie is aangetast.
Bovendien hebben alle betrokken partijen andere belangen bij het handhaven van een Fortiscommissie, de scheiding der machten is slechts een schaamlap :
- de PS wil Didier Reynders laten vallen
- de oppositie wil de regering laten valen
- CD&V wil de eigen mensen niet laten vallen
- de politieke rechterlijke wereld wil het vel van sommigen uit de politieke wereld
Maar, zei Maximilien de Robespierre, in de turbulente tijd van de Franse Revolutie, waar de scheiding der machten realiteit werd, toen ook niet : “Alleen zij die de moed hebben u de waarheid te zeggen, wanneer hun persoonlijk belang eist dat zij anders zouden spreken, zijn het waard uw leiders ten zijn."
00:03
Gepost door Stefaan
in Algemeen |
Permalink
| Commentaren (0)
| Email dit
|
Facebook
|
13-02-09
Lijst Oost-Vlaanderen – overwinning voor de toekomst
Het tekort in de begroting bereikt intussen proporties waarvan niemand had gedacht dat deze zich nog ooit zouden kunnen manifesteren … het de voorbije jaren als acuut aanziend probleem van de vergrijzing lijkt een immens verder aangroeiende wervelstorm waartegen niets meer kan gedaan worden … de toekomst van de komende generatie ziet er desastreus uit …
