eigen hersenspinsels en zielekronkels

Het 'Geestig' Manifest.

Gepost door Stefaan op 30-03-2009

HET ‘GEESTIG’ MANIFEST../

 

Onlangs bracht Mathias De Clercq zijn “Pleidooi voor een liberaal offensief” uit.

De uiteenzetting op Ter Zake waarbij de hoop werd gekoesterd meer duiding te krijgen bij het begrip ‘liberaal offensief’, beperkte zich tot het steeds herhalen van woorden als ‘dijkbreuken’, ‘ijkpunten’ en ‘vuurtorens’, wat ons ertoe noopte het manifest dan maar eens zelf te lezen

De geest van het manifest straalt een ongenaakbare overtuiging uit als zou de toekomst enkel en alleen maar liberaal kunnen zijn, en enkel het liberalisme  goed. Al de rest moet dan maar slecht zijn, conservatief, verdorven.

 

geestig manifest

 

 

Dat ‘goede’ liberalisme zou geen neoliberalisme zijn, maar  eerder een soort van paars liberalisme, waarbij de auteur van het manifest een onverdroten bewondering uit voor Guy Verhofstadt.

 

 

Laten we dan ook eerst eens nagaan waar dit goede liberalisme onder 8 jaar Verhofstadt toe heeft geleid. We noemen maar enkele zaken.

De beruchte financieringswet van paars, die een ware geldstroom op gang heeft gebracht van de federale overheid naar de regio’s, in ruil voor een aantal beperkte bevoegdheden, heeft het grote structureel tekort waarmee de federale begroting nu te kampen heeft, mede veroorzaakt. De budgettaire marges die ontstonden door het dalen van de rentelasten, heeft men volledig uitgeput aan nieuwe paarse uitgaven. Had men deze marges gespaard dan hadden we nu sterker gestaan om het hoofd boven water te houden, en de vergrijzing aan te pakken.

Op communautair vlak is er sinds 1999 één beperkte « staatshervorming » geweest met de Lambermont-akkoorden van 2001. Nooit is er werk gemaakt van een ernstige herverdeling van taken tussen het federale en het regionale niveau. Erger nog, paars zelf heeft de kieswetgeving veranderd en provinciale kieskringen geïnstalleerd, maar nooit de moed gehad het BHV probleem op te lossen.

Inzake een betere corporate governance van beursgenoteerde bedrijven en een zekere transparantie in de toplonen van managers, waar vandaag in crisis om geroepen wordt, werd, ondanks aanbevelingen van de Europese Commissie sinds 2004, niets gedaan. Daaraan gekoppeld wordt de bankcommissie al jaren geleid door verschillende voormalige kabinetschefs van vice-premier Reynders. Hun liberale visie heeft hen zeker niet gestimuleerd in te grijpen in – of te waarschuwen voor – de megalomane overname van ABN Amro door FORTIS. 

 

Een verdere kritische blik op het manifest leert ons tevens dat we het niet eens kunnen zijn met de ideologische fundamenten die doorheen de hele tekst naar voor komen.

 

Zo stelt het manifest dat de vrije markt niet in de fout ging in de huidige crisis, maar wel het gebrek aan controle om de vrije markt goed te laten functioneren. Het komt er op neer dat de overheid kansen moet creëren voor iedereen. Het individu kan deze kansen dan ongebreideld invullen. De rol van de overheid is daarbij beperkt tot het vrijwaren van die vrijheid voor iedereen.

Gelijke kansen” uit een liberale mond is echter niets meer dan een eufemisme. Dankzij het “gelijke kansen”beleid van voormalig Minister van Onderwijs Marleen Vanderpoorten kennen we nu het fenomeen schoolkamperen. En wat met die liberale eis voor koopzondagen, waarbij de kleine handelaars in het zand zullen moeten bijten omdat ze nooit tegen de mastodontwinkels op kunnen tornen? Inzake migratie pleit het manifest voor  selectieve criteria. De survival of the fittest, dat is het liberale gelijke kansenbeleid. Trouwens: die "gelijke kansen" gelden blijkbaar vooral voor stamboomliberalen als het op lijstvorming aankomt. All animals are equal, but some are more equal than others...' 

Ons inziens draait het niet alleen om het hebben van kansen, maar ook de manier waarop je die invult. Hoe meer vrijheid … hoe meer controle … lijkt ons de vrijheid juist teniet te doen. Normen, waarden en deontologie moeten aanwezig zijn in onze maatschappij.  Liberalen huiveren daarvan, maar wil men een controlestaat vermijden en de vrijheid vrijwaren, dan zit daar juist de oplossing.

 

Een ander hoofdstuk uit het manifest dat ons opviel gaat over vrijwilligerswerk. Daarbij wordt het concept van ‘prosumeren’ ingevoerd, een samentrekking van de woorden produceren en consumeren. Letterlijk, ‘Het komt erop neer dat als persoon A één uur iets doet voor persoon B, persoon A dan een tegoed van één uur ontvangt, terwijl persoon B dan een schuld heeft van een uur. B kan dan het gras afrijden bij persoon C, en zo zijn schuld afbouwen. Persoon C kan dan een babysit houden voor persoon A, en zo staat iedereen weer op nul.’ Vrijwilligerswerk wordt zo afgedaan als het vereffenen van een schuld t.a.v. iemand anders, en is in dat opzicht totaal niet meer vrijblijvend, niet meer spontaan. Vrijwillig houdt nu net in dat het uit vrije wil gebeurt, zonder dat daartegenover iets dient te staan. Als Christendemocraten verzetten wij ons radicaal tegen een dergelijke economische visie op vrijwilligheid. Drijfveren zoals naastenliefde, medeleven, onvoorwaardelijke inzet bestaan wel degelijk, en moeten gekoesterd worden.

 

Tot slot, maakt de favoriete bron van De Clercq, de Indische Nobelprijswinnaar voor Economie, Amartya Sen, brandhout van de notie collectieve identiteit. De samenleving  zou niet om groepen draaien maar om het individu. Het enige wat deze individuen zou binden is een soort wereldburgerschap, het feit dat we allemaal mensen zijn met unieke rechten, mogelijkheden en eigenschappen. Volgens De Clercq bestaat in die zin de tegenstelling tussen links en rechts dan ook niet.

Maar  net het manifest zelf is doorspekt  met de idee dat de ware tegenstelling die is tussen progressief en conservatief … . Het liberalisme is voluit progressief. Alle liberalen zijn progressief! De Christendemocraten zijn conservatief! Het lijkt ons dat dan plots de visie van Amartya Sen niet meer speelt, en een collectieve identiteit dan toch belangrijk is voor de liberaal.

Trouwens, wat betekenen progressief en conservatief nog? Is opkomen voor minder belastingen nu conservatief of progressief? Is opkomen voor meer bevoegdheden voor Vlaanderen  nu progressief of conservatief? Is het verdedigen van waarden in een samenleving waar zogezegd de waarden vervagen nu conservatief, of juist progressief?

 

Het manifest is vooral theoretisch en heeft weinig voeling met de samenleving zelf. Een samenleving die steunt op haar mensen, haar groepen,  haar verenigingen,  haar vrijwilligers. Een samenleving waar arme drommels theoretisch misschien over gelijke kansen beschikken, maar deze in de feiten niet hebben. Een samenleving waar  tegenstellingen zoals progressief en conservatief alleen maar conflictstof vormen.

Dit manifest is niet van deze eeuw, en lijkt geschreven als door een geest die lang geleden jong was, en zijn ideeën van toen nooit meer aanpaste.

Wij daarentegen omarmen wél onze eigen toekomst, en niet onze afkomst ...

Stefaan De Vos, Jasper Delanoy, Lieven Demolder, Peter De Bouvere, Lieselot Bleyenberg, en Eva Parent, zijn allen Christendemocraten.

 

Algemeen Reacties: (0) - Delen

De Geest van Montesquieu is uit de fles.

Gepost door Stefaan op 03-03-2009

 DE GEEST VAN MONTESQUIEU IS UIT DE FLES./

 

De crisis der machten.

De crisis rond de scheiding der machten in het kader van de Fortis saga, noopt me er toe de pen ter hand te nemen en enkele gedachten neer te schrijven.

Wie heeft niet in zijn prille jaren, als jong politicus, met De l’Esprit des Loix van Montesquieu (Over de Geest der Wetten) onder zijn hoofdkussen proberen de slaap te vatten. Wie heeft de teksten van Montesquieu en Rousseau niet verslonden in vroeger tijden. Tot men dan de stap in de echte politiek zet, en historische theoretische beschouwingen al snel vervagen in de werkelijkheid van alle dag.

Het is dan ook een aangename verrassing nu plots Montesquieu opnieuw in alle krantenkoppen te zien verschijnen, over alle tongen op topniveau te horen rollen, ja zelfs ter discussie aan de toog opnieuw te zien opduiken.

Het hoeft geen betoog dat de omstandigheden waarin Montesquieu zijn befaamde scheiding of spreiding der machten opstelde, intussen fel veranderd zijn.

Ik mankeer dan ook enkele items in de discussie die welig tieren op menig blog, website en krant.

 

Il faut que le pouvoir arrête le pouvoir.

Wat ik me vooral nog herinner van Montesquieu is niet zozeer de ‘scheiding’ der machten, maar eerder het belang van de ‘spreiding’ der machten. Vooral moet immers voorkomen worden dat alle macht in één persoon wordt gelegd, de toenmalige despoot, de koning. Daarom is het nodig de macht te spreiden.” Il faut que le pouvoir arrête  le pouvoir”. Vermits men in die tijd daadwerkelijk met despoten geconfronteerd werd, diende men het volk een onafhankelijke plaats te geven, tegenover die despoot.

Het principe van scheiding der machten staat ook niet expliciet in onze grondwet. Ook daar is er eerder sprake van een spreiding en samenwerking der machten.

“De federale wetgevende macht wordt gezamenlijk uitgeoefend door de kamer van volksvertegenwoordigers (wetgevend), de Senaat (wetgevend)en de Koning (uitvoerend).”

“De Koning (uitvoerend) benoemt de rechters (rechterlijk).”

“Vonnissen en arresten (rechterlijk) worden ten uitvoer gelegd in de naam des Konings (uitvoerend).”

 

Enkel de drie machten van weleer bekijken zou de lippen der realiteit doen krullen in een glimlach.

Naast de Trias Politica (de drie klassieke machten) kennen we reeds decennia lang de zogenaamde schaduwmachten.

Zo is er ten eerste de macht van de ambtenaren, doorgaans genoemd als de vierde macht, of ook bureaucratie. In principe voert een ambtenaar uit wat de politiek, beslist. Maar in realiteit ‘interpreteert’ de ambtenarij bij de uitvoering van de genomen politieke beslissingen. De ‘manier waarop’ beslissingen worden uitgevoerd kunnen enorm bepalend zijn. Bovendien heeft de ambtenarij vaak eigen gedelegeerde bevoegdheden.

Ook omgekeerd, bij het opstellen van nieuw beleid is de inbreng van de ambtenarij vaak onontbeerlijk. Een onderzoek gedaan in Nederland in 2006 door het weekblad Intermediair toonde toen aan dat 11% van hoogopgeleide ambtenaren wel eens belangwekkende informatie heeft achtergehouden om besluitvorming te beïnvloeden.

De vijfde macht, de media, is welgekend. Een oplossing in het Fortis conflict tussen wetgevende en rechterlijke macht kon gevonden worden door de commissie achter gesloten deuren te laten plaatsvinden, zodat geen verwikkeling tussen de parlementaire en rechterlijke procedures kan gebeuren. Maar men sloot dit al op voorhand uit omdat men ervan uitgaat dat er toch gelekt zal worden naar de media. Of met andere woorden, hoe de vierde macht bij de gehele discussie een belangrijke rol speelt.

Mogen we vandaag zeggen dat een journalist eerder de geschiedenis creëert dan er verslag van geeft?

Als zesde macht worden vaak externe adviesbureaus genoemd. Onderzoek, voorbereidend werk, eigenlijk taken, worden meer en meer door de overheid uitbesteed aan externe bureaus. Ook spelen onafhankelijke adviesbureaus op zich steeds een grotere rol. Wanneer je merkt welke ontzaglijke macht ratingbureaus vandaag in de financiële crisis hebben, weliswaar gecombineerd met de vijfde macht, de media, dan kan men er niet omheen dat de zesde macht een belangrijke rol speelt.  

Tot zover de officieel genoemde machten.

Maar het gaat nog verder. Vandaag leven we niet meer in een parlementaire democratie, maar in een particratie. De zuilen der drie machten worden overkoepeld door de boog der partijen. De partijen bepalen wie parlementair wordt, wie minister wordt, en voor een groot deel ook wie rechter wordt. Dit is nefast voor het volk, die haar macht fel beknot ziet. Bijvoorbeeld, heeft persoon X op plaats X op de lijst meer stemmen dan persoon Y op plaats X+1 op de lijst, waarbij deze laatste nog net van de potstemmen kan genieten, dan wordt toch tegen de wil van het volk in deze laatste persoon Y parlementair.

Bovendien worden de politieke partijen zelf dan weer gestuwd door tal van middenveldorganisaties, de economische wereld, belangengroepen, vakbonden, werkgevers, bedrijven, welzijnsorganisaties, scholen, de mondige burgergroeperingen, …

Moest Montesquieu vandaag leven, en zijn werk neerschrijven, hij zou zich niet beperkt hebben tot de drie klassieke machten. Men kan vandaag niet omheen de vele schaduwmachten. Hoe verhouden al deze machten zich ten opzichte van elkaar? Wordt scheiding niet minder belangrijk als er meer spreiding is? Maar wat dan met het democratisch draagvlak van deze schaduwmachten? En wat met het overkoepelend gegeven van de particratie? Gecombineerd met het uitgebreide coalitiestelsel in België geeft dit toch een totaal andere invulling aan de spreiding der machten? De macht is door zoveel politieke partijen en kartel partners gebonden, dat ze ver af staat van die ene macht vereenzelvigd in de despoot van de jaren 1800.

Het is dan ook hypocriet dat men nu plots het criterium van de scheiding der machten inroept terwijl er nood is aan een diepgaande discussie, evaluatie en geactualiseerde kijk van en ten aanzien van de scheiding en spreiding der machten.

 

De scheiding als werkelijkheid van alle dag,

Wanneer men zijn kijk dan toch zou beperken tot de drie klassieke machten in België, dan wordt vastgesteld dat

 België op zijn grondvesten davert omdat men een vermoeden heeft van beïnvloeding van de rechterlijke door de uitvoerende macht in een concreet dossier

terwijl al decennia lang de uitvoerende macht, de wetgevende macht, op haar existentiële zijn zelf onderuit haalt, door zelf het gros van de wetten op te maken en het werk van de wetgevende macht vaak alleen nog maar bestaat uit vragen stellen.

Soms bestaat er zelfs een zwijgplicht van de meerderheidsfractie, hetzij daadwerkelijk opgelegd, hetzij in de feiten, waarbij een parlementair niet te fel zal ingaan op de regeringsploeg, want hij riskeert de regering te kunnen doen vallen, en anderzijds, valt de regering, dan verliest ook vaak hij zijn zitje in het parlement.

In de Verenigde Staten kent men dit probleem niet, de uitvoerende macht, de President, die zijn ministers kiest, wordt onafhankelijk verkozen, naast de wetgevende macht. Deze laatste is dan ook veel onafhankelijker en paradoxaal genoeg ‘machtiger’.

Vaak is het zelfs zo dat de uitvoerende macht, de President met zijn regering, van een andere signatuur is dan de meerderheid in de wetgevende macht. Wij kunnen ons dit niet voorstellen, maar toch, zoals gezegd, paradoxaal genoeg, vergroot dit de macht van het Congres.

Er bestaan ook andere systemen. In Zwitserland bijvoorbeeld wordt elke minister apart verkozen voor een vaste termijn. Zij blijven dus sowieso aan voor deze termijn.

Men zou ook kunnen opteren voor een grondwettelijk regime van minderheidsregeringen. Een dergelijke regering moet zich dan in het Parlement verantwoorden zonder op voorhand de garantie te hebben dat dat slechts een formaliteit is. Het tegenovergestelde is in theorie ook een mogelijk model : alle partijen worden in de regering vertegenwoordigt waardoor het parlementaire spelletje van meerderheid tegen oppositie overbodig is.

Een blik op het Amerikaanse systeem toont trouwens nog interessante pistes. In het huis van Afgevaardigden wordt je voor slechts twee jaar verkozen, maw men voert voortdurend campagne, en moet dan ook voortdurend presteren. De senatoren worden verkozen voor zes jaar, en kunnen het zich dan ook veroorloven iets steviger standpunten in te nemen. Er is geen binding in de tijd met de uitvoerende macht.

Van het Amerikaans Congres wordt ook gezegd dat het een collegiale instelling is. De leden zetelen dankzij hun lokale of regionale, electorale basis, en niet dankzij de nationale partijtop. De nationale partijdiscipline is er eerder laag. De rol van de partij is veel beperkter. In Groot-Brittanië beperkt men de invloed van de partij op de kandidaten door maar één zetel, per district te voorzien.

… vorige week even in de kranten werd vermeld dat een rechter had geoordeeld dat 160 kilometer per uur mag, omdat het in Duitsland ook mag. Een rechter mag echter maar recht spreken binnen de contouren die de wetgevende macht uittekent, en daarin is de maximumsnelheid bepaald. Van deze flagrante inbreuk op het principe van scheiding der machten werd echter geen punt gemaakt

in Europa, die de Westerse waarden van de democratie de wereld wil verkondigen, het Europees Parlement zelfs de bevoegdheid niet heeft om wetten te initiëren, dit komt immers toe aan de Europese Commissie, met andere woorden, de uitvoerende macht.

En nooit heeft België voor deze immense aantastingen der scheiding der wetten, op zijn grondvesten gedaverd.

Opnieuw, het is hypocriet vandaag de scheiding der machten in te roepen, en luid te declameren dat het grondbeginsel van onze democratie is aangetast.

 

Bovendien hebben alle betrokken partijen andere belangen bij het handhaven van een Fortiscommissie, de scheiding der machten is slechts een schaamlap :

- de PS wil Didier Reynders laten vallen

- de oppositie wil de regering laten valen

- CD&V wil de eigen mensen niet laten vallen

- de politieke rechterlijke wereld wil het vel van sommigen uit de politieke wereld

 

Maar, zei Maximilien de Robespierre, in de turbulente tijd van de Franse Revolutie, waar de scheiding der machten realiteit werd, toen ook niet :  “Alleen zij die de moed hebben u de waarheid te zeggen, wanneer hun persoonlijk belang eist dat zij anders zouden spreken, zijn het waard uw leiders ten zijn."

 

 

Algemeen Reacties: (0) - Delen

Mailbox

Links

16044